Voedingsactiviteiten

 Voedingsactiviteit: Kerst- en nieuwjaarshapjes

December 2018

Hebben jullie zin in een lekker hapje tijdens de feestdagen? Hier vind je inspiratie: Kerst en nieuwjaarshapjes

Voedingsactiviteit: quiz – Schijf van Vijf

November 2018

Willen jullie je  kennis testen over de Schijf van Vijf en tegelijkertijd in beweging komen? Dan kunnen jullie met elkaar deze quiz doen:

Quiz Schijf van Vijf met emmer en bal

 

 

In oktober is het Halloween, hier vind je een fotohandleiding voor het maken van een Halloween pompoen samen met de cliënten:

Pompoen uithollen

 

 

Voedingsactiviteit: quiz – brood

Oktober 2018

1. In witbrood zitten eigenlijk geen vezels  en vitaminen.

A. Feit

B. Fabel

 

2. Volkorenbrood is het meest gezonde brood.

A. Feit

B. Fabel

 

3. Bruinbrood is eigenlijk gekleurd witbrood.

A. Feit

B. Fabel

 

4. Doordat er CO2 vrijkomt bij het rijzen is brood slecht voor het milieu.

A. Feit

B. Fabel

 

5. Zuurdesem heet zo omdat er zure aroma’s vrijkomen.

A. Feit

B. Fabel

 

6. Gist is een levend iets, daarom eten veganisten alleen brood zonder gist.

A. Feit

B. Fabel

 

7. Van teveel tarwe kun je een glutenintollerantie krijgen.

A. Feit

B. Fabel

 

8. Spelt is een nieuw graan en daardoor beter voor je darmen.

A. Feit

B. Fabel

 

9. Roggebrood is ongebakken brood.

A. Feit

B. Fabel

 

10. Het ‘tijgervel’ wordt met een speciaal sjabloon op het tijgerbrood geprint.

A. Fabel

B. Feit

 

11. Het eerste casinobrood werd gebakken in Las Vegas, vandaar de naam.

A. Feit

B. Fabel

 

12. Een knipbrood heet zo, omdat de bakker de bovenkant inknipt.

A. Feit

B. Fabel

Antwoorden quiz – brood:

  1. Dit is een fabel, het klopt dat volkorenbrood meer vezels, vitaminen en mineralen bevat. Maar diezelfde voedingsstoffen zitten ook in witbrood, alleen dan minder. Dit komt omdat witbrood gemaakt is van bloem, dat is alleen het binnenste van de graankorrel.
  2. Dat is een feit, de meest gezonde keuze is altijd volkoren. Volkorenbrood wordt namelijk gemaakt van meel waarvoor de gehele kraankorrel gebruikt is. Dus niet alleen het binnenste zoals bij witbrood. Daardoor bevat volkorenmeel alle vitamines, mineralen, goede vetten en vezels die in het graan te vinden zijn.
  3. Fabel Er gaan nogal wat verhalen rond over deze kwestie, maar de termen witbrood, bruinbrood en volkorenbrood zijn wettelijk bepaald. Alle soorten brood zijn terug te brengen naar deze drie varianten. Echter door allerlei zaden, noten, moutmeel en verschillende graansoorten ontstaan er tal van kleuren en smaken. Brood kan dus op het eerste gezicht bruin zijn, maar geen bruinbrood heten. Verwarrend? Check het volgende filmpje en je weet precies hoe het zit.
  4. Fabel. Er komt wel CO2 vrij, maar dat is net even anders. Gist zet suikers in brooddeeg om naar CO2. Maar in dit geval zorgt koolzuurgas niet voor gaten in de ozonlaag, maar voor belletjes in het deeg. Daardoor rijst het goed en dat zorgt ervoor dat jouw brood lekker luchtig is.
  5. Dat is een feit. Desem is een soort beslag van meel en water dat de bakker een paar dagen laat rusten. In die dagen fermenteert het deeg en ontstaat een borrelende microflora van melkzuurbacteriën en gisten. Deze geven het beslag een friszure geur en daarom wordt het ook wel zuurdesem genoemd.
  6. Dit is een fabel. Of nou, gist is wel een levend iets. Gisten zijn micro-organismen, een soort schimmels, die worden gebruikt voor het fermenteren van deeg en dat komt het rijzen van het brood ten goede. Maar omdat het eencellige organismen zijn, behoren deze niet tot het dierenrijk. Niks aan de hand als je vegan bent dus. Check het volgende korte filmpje om te zien hoe desem en gist werken.
  7. Fabel. Glutenintollerantie is een autoimmuunziekte: Coeliakie ‘seu-lia-kie’). Een vervelende aandoening die moet worden vastgesteld door een specialist. Er is verder geen wetenschappelijk bewijs dat tarwe, of andere granen die gluten bevatten, iets verkeerds met je doet als je gezonde darmen hebt.
  8. Dit is een fabel. Hoewel het de laatste jaren enorm in opkomst is, is spelt eigenlijk oeroud. Sterker nog: tarwe stamt af van spelt. De twee graansoorten zijn dus directe familie. Dat zie je ook in de voedingswaarde. Hoewel mensen het wel zo kunnen ervaren, ontbreekt er wetenschappelijk bewijs dat speltbrood lichter verteerbaar is.
  9. We reken zowel feit als fabel goed. Roggebrood wordt namelijk niet echt ‘gebakken,’ maar meer gegaard. Dat proces kan tot zo’n twintig (!) uur duren. Het roggebrood gaat meestal ná het gewone brood de oven in, als de temperatuur daalt. De oven mag dan niet meer worden opgestookt, anders krijgt het brood een harde korst. Benieuwd welke andere broodsoorten er zijn?
  10. Het is een fabel. Het is simpeler. De bakker bestrijkt het brood met een papje van rijstemeel en dat rekt niet mee als het brood rijst. Daardoor ‘breekt’ het korstje en ontstaat de bekende tijgerprint. Overigens vinden sommigen de print meer op een luipaardvelletje lijken. Valt best wat voor te zeggen, toch?
  11. Het is een fabel. Het zou een mooi verhaal zijn, maar helaas is het niet waar. Casinobrood wordt gebakken in een bus met een deksel, hierdoor krijgt het zo’n strakke vierkante vorm. De naam van zo’n bus is ‘casino’ (Italiaans voor ‘huisje’). Daar komt de naam vandaan.
  12. Dit is een feit. Zodra het gerezen deeg in een bakblik zit, knipt de bakker er een bepaald patroon in. Ja, echt met een schaar. Daarna gaat het blik de oven in, en tijdens het bakken ontstaan de typische knapperige punten in de korst.

De quiz als PDF: Quiz brood

Wil je nog meer weten over brood? Lees de infographic:

infographic_brood.net_a4

 

Voedingsactiviteit: quiz – vetten

September 2018

1. Waar of niet waar? Vet heb je nodig om gezond te blijven?

A. Waar

B. Niet waar

 

2. Hoeveel halvarine of margarine moet je op je boterham smeren?

A. Een goede laag, zodat je je boterham niet meer kunt zien.

B. Een dun laagje, zodat je nog net je boterham kunt zien.

C. Je kunt beter geen halvarine of margarine op je brood smeren.

 

3. Hoeveel gram olie en vet heb je als vrouw tussen de 19-50 jaar elke dag nodig om gezond te blijven?

A. Halvarine of margarine voor 2-3 sneetjes brood en 2 eetlepels vloeibare bereidingsvet of olie om in te bakken.

B. Halvarine of margarine voor 4-6 sneetjes brood en 2 eetlepels vloeibare bereidingsvet of olie om in te bakken.

C. Halvarine of margarine voor 4-6 sneetjes brood en 1 eetlepel vloeibare bereidingsvet of olie om in te bakken

 

4. Wat is het grootste verschil tussen roomboter en margarine?

A. Roomboter is vooral plantaardig en margarine vooral dierlijk.

B. Roomboter is vooral dierlijk en margarine vooral plantaardig.

C. Er is geen verschil, het is hetzelfde.

 

5. In margarine zitten emulgatoren. Wat doen emulgatoren?

A. Emulgatoren zorgen dat margarine zacht is.

B. Emulgatoren zorgen ervoor dat de margarine lang houdbaar is.

C. Emulgatoren zorgen ervoor dat water en vet met elkaar kunnen mengen. 

 

6. Als je veganist bent en dus niets van een dier wil eten, welk soort olie of vet kun je dan kiezen?

A. Slaolie.

B. Roomboter.

C. Visolie.

 

7. Wat is het verschil tussen olie en vet?

A. Er is geen verschil, het is precies hetzelfde.

B. Olie is vloeibaar bij kamertemperatuur en vet is hard.

C. Vet is altijd plantaardig en olie is altijd dierlijk.

 

Antwoorden quiz – vetten 

  1. A: waar. Vet geeft energie, is een belangrijke brandstof voor je lichaam en is een belangrijke bouwstof. Er zitten ook vitamines in die je lichaam nodig heeft. Als je de juiste soort en hoeveelheid per dag eet, helpt het dus om gezond te blijven.
  2. B: een dun laagje zodat je nog net je boterham kunt zien (dit is ongeveer 5 gram).
  3. C: halvarine of margarine voor 4-6 sneetjes brood en 1 eetlepel vloeibaar bereidingsvet om in te bakken. Dit is 40 gram per dag. Voor een man tussen de 19-50 jaar is dit 65 gram (6-8 besmeerde boterhammen en 1 eetlepel bereidingsvet).
  4. B: roomboter is vooral dierlijk en margarine vooral plantaardig. Roomboter wordt namelijk gemaakt van de room van melk van de koe. Margarine wordt gemaakt van olie uit planten.
  5. C: emulgatoren zorgen ervoor dat water en vet met elkaar kunnen mengen. In margarine zit zowel water als vet. Normaal mengen die niet met elkaar maar met een emulgator wel.
  6. A: slaolie. Slaolie wordt gemaakt van plantaardige olieen. Boter wordt gemaakt van melkvet en visolie van vette vis, bijvoorbeeld makreel, haring, tonijn,zalm, sardines of ansjovis.
  7. B: olie is vloeibaar bij kamertemperatuur en vet is hard. Als iets vloeibaar is bij kamertemperatuur (ongeveer 20°C) zit er een beter soort vet in dan wanneer iets hard is bij kamertemperatuur.

De quiz als PDF: Quiz vetten

 

 Voedingsactiviteit: quiz – zuivel

Augustus 2018

1. Waar bewaar je melk en yoghurt?

A. In een keukenkastje

B. In de koelkast

C. In de vriezer

2. Welke van deze 3 is een melkproduct?

A. Eieren

B. Kaas

C. Water

3. Hoe vaak per dag wordt een koe gemolken?

A. 1 keer

B. 2 keer

C. 3 keer

4. De melkmachine haalt de melk uit:

A. Uit de buik van de koe

B. Uit de maag van de koe

C. Uit de uier van de koe

5. Waarom staan de koeien in de winter in de stal?

A. Omdat dat lekker warm is.

B. Omdat er dan niet genoeg gras groeit in de wei.

C. Omdat ze dan meer melk geven.

6. Wat is een pink?

A. De kleinste vinger van je hand.

B. Een jonge koe van een jaar oud.

C. Allebei.

7. Van welk dier kun je melk drinken?

A. Een geit.

B. Een kip.

C. Een varken.

8. Van het vet uit de melk maakt de fabriek:

A. Boter.

B. Roomijs.

C. Slagroom.

Antwoorden:

  1. B: melkproducten bewaar je in de koelkast. Het liefst bij 4 °C.
  2. B: kaas, dit wordt gemaakt van melk dus is het een melkproduct.
  3. B: een koe wordt 2 keer per dag gemolken, meestal ’s ochtends en ’s avonds.
  4. C: de melkmachine haalt de melk uit de uier.
  5. B: in de winter groeit er op het weiland niet genoeg gras. In de stal eten ze hooi en voer.
  6. C: een koe van 1 jaar oud noem je een pink, net als je kleinste vinger van je hand.
  7. A: de melk van een geit kun je drinken, van geitenmelk maken zo ook kaas, yoghurt en ijsjes.
  8. A: van het vet uit de melk wordt boter gemaakt.

De quiz als PDF: Quiz zuivel

Wil je weten hoeveel boter je op  een boterham kunt smeren:

Hoeveel smeer ik op mijn boterham

 

 

 

  Bewegingsactiviteit ‘BuitenSpelen’

Juli 2018

Heerlijk dit mooie weer…

Reden genoeg om er lekker op uit te trekken. De dagelijkse routine eens los te laten en met een frisse blik de wereld te bewonderen. Buitenspelen is goed om vaardigheden op te doen en uit je comfortzone te komen. Op onderstaande afbeeldingen kun je lezen welke vaardigheden worden gestimuleerd.

Voorbeelden van buitenspelletjes voor bij een zomerse picknick:

Flessenspel:

Nodig: plastic flessen gevuld met water. Hierbij ga je tegenover elkaar staan en probeer je met een bal de fles van de ander om te gooien. Als de fles omvalt moet eerst de bal gepakt worden voordat de fles rechtop gezet mag worden. Wiens fles is het eerste leeg? Een variant op dit spel is flessenvoetbal waarbij je met door te voetballen de fles van een ander probeert om te krijgen.

Hollandse leeuwen:

De spelers staan aan 1 kant van het veld of plein achter een denkbeeldige lijn. Een van de spelers is de tikker/ leeuwenvanger en staat in het midden van het veld. Wanneer de leeuwenvanger “Hollandse”roept, roepen de andere “Leeuwen”en rennen naar de overkant van het veld. Ze kunnen onderweg getikt worden door de leeuwenvanger. Ben je getikt dan ga je de tikker helpen met leeuwen vangen bij de volgende ronde. Zodra iedereen de overkant heeft bereikt of is gevangen gaat de volgende ronde in en roept de tikker wederom “Hollandse”. Het spel is afgelopen zodra de laatste leeuw is gevangen.

Boomtikkertje:

Hierbij is er 1 tikker en de andere deelnemers staan bij een boom. De deelnemers moeten van boom verwisselen maar mogen niet door de tikker getikt worden. Sta je met je hand tegen een boom aan dan kun je niet worden afgetikt. Ren je naar een andere boom toe en wordt je onderweg afgetikt dan ben jij de nieuwe tikker.

Ballonnen spel:

Laat de deelnemers op een veld vrij spelen met een ballon. Staat er veel wind? Doe dan een touwtje aan de ballon en losjes om de pols vast. Hoeveel keren kun je de ballon omhoog houden zonder dat deze op de grond valt?

Bellenblaas:

Neem bellenblaas mee naar buiten en maak de grootste en mooiste bellen ooit. Kan jij die bel nog stuk slaan hoog in de lucht? Zie jij hoever de bellen de lucht in vliegen richting de zon?

Kriebelen in het gras:

Hoe heerlijk is het als je ligt op het gras en kunt kijken naar de overwaaiende wolken. Ruik je de bloemen de bomen of het gras? Voel jij de grassprieten kriebelen op je huid? En laat de wind je haren wapperen? Wie weet klimt er wel een mier of lieveheersbeestje op jouw been die samen met jou wil genieten van dit mooie avontuur.

De activiteit als PDF: Juli BuitenSpelen

 

 

Voedingsactiviteit ‘Water- en theeproeverij’

Juni 2018

Je lichaam heeft elke dag drinken nodig. Het liefst drinken zonder suiker. Water staat met stip op nummer 1: er zitten geen calorieën in en het tast je tanden niet aan. In Nederland kun je gewoon water uit de kraan drinken. Het behoort tot het beste in de wereld.

Maar de hele dag water drinken kan saai zijn, soms wil je wel eens iets anders! Wat dacht je van fris water met fruit of een kopje warme thee met een smaakje? Tijdens deze ‘water- en theeproeverij’ ontdekken jullie hoe veelzijdig water kan zijn en mag je jouw mening geven…

Wat gaan we proeven?

Water:         

1. mandarijnenwater

2. citroenwater

3. bosbeswater

Thee:            

4. aardbeienthee

5. perzikthee

6. groene thee

 

Materiaal:

– Dienblad

– Bekertjes of glazen (6 per persoon)

– 6 kaartjes genummerd 1 t/m 6

– 6 keer formulier proeverij

– Kraanwater

– 2 Mandarijnen

– 1 Citroen

– 2 Handjes bosbessen

– Aardbeienthee

– Perzikthee

– Groene thee naturel

 

Voorbereiding:

  • De cliënten mogen niet zien welk fruit en welke thee is gebruikt. Maak het water en de thee dus klaar in de keuken.
  • 30 Minuten voor de activiteit het smaakjeswater klaarzetten in de keuken zodat deze kan trekken.
  • Zet een dienblad klaar met de kaartjes 1 t/m 6. De getallen komen overeen met bovenstaande water- en theesmaken.
  • 10 minuten voor aanvang de verschillende smaken thee zetten. Deze even laten trekken en elke smaak inschenken in 6 glazen/bekertjes. Zet bij het juiste nummer op het dienblad. De thee kan zo nog afkoelen.
  • Verwijder het fruit uit het water en schenk elke smaak in 6 glazen/bekertjes. En zet de bekertjes bij het juiste nummer op het dienblad.
  • De cliënten krijgen allemaal tegelijk een bekertje met dezelfde smaak.
  • De cliënten mogen raden welk fruit ze proeven en omcirkelen hoe ze het vinden smaken.
  • Met elkaar vullen jullie de eerste rij in op het proeverijformulier.
  • Dan verder naar de tweede smaak, invullen op de tweede rij enz. enz.

 

Tips:

  • Je kunt natuurlijk ook ander fruit of andere theesmaken gebruiken.
  • Om de proeverij iets eenvoudiger te maken kun je het fruit en theezakje laten zien zodat cliënten makkelijker kunnen raden.

 

Wist je dat…

  • Kraanwater heel veel pluspunten heeft: geen calorieën, goedkoop, goed voor het milieu, makkelijk mee te nemen en overal verkrijgbaar.
  • Je jouw lichaam een plezier doet met 3 koppen zwarte of groene thee per dag?

 

 

 

WATER- EN THEEPROEVERIJ

 

 

Beker 1:                   Welke smaak proef ik?______________________

                                   zoet             zuur               bitter

                                   lekker            vies                gaat wel

 

Beker 2:                   Welke smaak proef ik? ______________________

                                  zoet             zuur               bitter

                                  lekker            vies                gaat wel

 

Beker 3:                   Welke smaak proef ik? ______________________

                                   zoet            zuur               bitter

                                   lekker            vies                gaat wel

 

Thee glas 1:           Welke smaak proef ik? ______________________

                                 zoet             zuur               bitter

                                lekker          vies                gaat wel

 

Thee glas 2:           Welke smaak proef ik? ______________________

                                  zoet             zuur               bitter

                                 lekker          vies                gaat wel

 

Thee glas 3:           Welke smaak proef ik? ______________________

                                 zoet             zuur               bitter

                                lekker          vies                gaat wel

De activiteit als PDF: Juni Water- en theeproeverij

Het watermeetformulier: Watermeetformulier

 

 

  Bewegingsactiviteit ‘Fluisterwandeling’

Mei 2018

De natuur is aan het ontwaken uit een diepe winterslaap…de knoppen aan de bomen worden dikker en gaan weer uitlopen, de eerste bloemen bloeien en de vogels zijn druk in de weer om een nest te bouwen.

Tijdens deze ‘fluisterwandeling’ ontdekken jullie hoe de natuur ontwaakt…

Voorbereiding en tips:

  • Het leukst is het om de wandeling is een bos of park te maken. Is dat lastig? Dan kan het ook gewoon in je eigen buurt.
  • Vooraf kun je de cliënten voorbereiden door te bespreken:
    • Waarom heet de wandeling: ‘fluisterwandeling’: genieten van de natuur, bescherming van de natuur, geen afval weggooien, niet schreeuwen etc.
    • Wat hoort er bij de lente? Wat denk je allemaal te zien van de lente in de omgeving?
  • Bedenk van tevoren globaal een route en/of betrek de cliënten hierbij vooraf of tijdens het lopen.
  • Je kunt de wandeling ook van te voren uitzetten m.b.v. lintjes.
  • Tijdens de wandeling zijn er natuurvragen en belevingsopdrachten. Bekijk van tevoren welke opdrachten en/of vragen geschikt zijn voor jouw wandeling.
  • Hebben jullie een verrekijker? Neem deze mee!
  • Tijdens het wandelen komen jullie vast materiaal tegen, dit kun je verzamelen in een loeppotje en later onderzoeken met het vergrootglas.

Materiaal:

– verrekijker

–  loeppotje

Natuurvragen:

  1. Is de oever puur natuur of door mensen gemaakt?
  2. Hoe komt het dat bomen aan de rand van een pad maar aan 1 kant takken hebben?
  3. Wat heeft mos nodig om te kunnen leven?
  4. Uit welke richting komt de wind vandaag?
  5. Wat doen de vogels het meeste in deze tijd van het jaar?

Belevingsopdrachten:

  1. Ra ra wat is het?
  2. Raden van natuurlijke materialen. De cliënten mogen met de ogen dicht voorwerpen raden die de rest van de groep heeft verzameld.
  3. Met gespitste oren…oren spitsen: welke geluiden zijn er om je heen? Wat vind je van de geluiden? Welk geluid is mooi en welk geluid is storend?
  4. Ik zie, ik zie wat jij niet ziet!
  5. Tijd voor pauze: zoek een bankje en speel met elkaar ik zie, ik zie wat jij niet ziet.
  6. Wat ritselt daar? Zoek tussen de bladeren en in de aarde of je een klein beestje kunt vinden. Doe het beestje in het loeppotje. Wat zie je allemaal?
  7. Mmm, wat ruik ik?
  8. Kun je de lente ruiken? Ruik je bijvoorbeeld de bloesem van een bloeiende boom? Of is het gras net gemaaid?

Antwoorden natuurvragen

  1. Sommige sloten zijn door mensen gemaakt, dat kun je zien doordat de oevers (slootkanten) heel steil zijn. De sloot is dan uitgegraven. Als de oever niet steil is, is deze vaak natuurlijk ontstaan.
  2. Dit heeft te maken met het opvangen van het licht. Aan de kant van het pad is veel meer ruimte voor de boom om goed licht te ontvangen. Aan de andere kant van het pad staan andere bomen in de weg.
  3. Mos heeft nattig hout nodig om op te groeien. Ook is het belangrijk dat mos niet in de felle zon groeit, dan droogt het te snel uit. Mos is ook blij met een vochtige omgeving. En het groeit vaak aan de Noordkant van een boom omdat daar weinig zonlicht komt.
  4. Dit is elke dag verschillend…
  5. Het antwoord op deze vraag kan heel verschillend zijn: van voedsel verzamelen, takjes verzamelen tot fluiten om een vrouwtje te lokken. Het gaat erom dat jullie de vogels goed hebben bekeken.

De activiteit als PDF: Mei Lentewandeltocht